Mini Mòni legt begroting uit, maar financiële onzekerheden blijven buiten beeld

· - leestijd 2 minuten
Afbeelding

WILLEMSTAD – De nieuwe publieksgids Mini Moni van het ministerie van Financiën geeft inwoners in eenvoudige taal uitleg over de begroting van Curaçao, maar laat een belangrijk deel van de onzekerheden rond de begroting 2026 buiten beeld. Het College financieel toezicht oordeelde eerder dit jaar dat die begroting nog niet volledig was.


Financiën lanceerde Mini Mòni deze week als hulpmiddel voor burgers die willen begrijpen waar het geld van de overheid vandaan komt en waaraan het wordt uitgegeven. De eerste editie is gebaseerd op de begroting van 2026. Op de website van het ministerie staat de gids overigens geregistreerd met als uploaddatum 30 maart van dit jaar.

De gids beschrijft onder meer de financiële spelregels waaraan Curaçao zich moet houden. De gewone dienst mag geen tekort hebben, voor investeringen mag onder voorwaarden worden geleend en de rentelasten moeten binnen de wettelijke rentelastnorm blijven. Volgens Mini Mòni moeten die regels ervoor zorgen dat de overheidsfinanciën beheersbaar blijven.

Ook schetst Financiën een overwegend gunstig economisch beeld. Voor 2026 wordt uitgegaan van een economische groei van 2,4 procent, een inflatie van 2,1 procent en een bruto binnenlands product van ruim 7,1 miljard gulden. De schuldquote zou dalen van 56 procent in 2025 naar 55 procent dit jaar. In de gids staat dat de verwachting is dat de staatsschuld daarmee op een verantwoord niveau blijft.

Cft zag onvolledige begroting

Dat beeld behoeft volgens het College financieel toezicht wel aanvulling. Het Cft concludeerde in januari, na beoordeling van de definitief vastgestelde begroting, dat Curaçao weliswaar een overschot van negentien miljoen gulden op de gewone dienst begrootte, maar dat de begroting niet volledig was.

Zo waren de structurele financiële gevolgen van de verhoging van de AOV volgens het Cft nog niet volledig verwerkt. Ook was er geen definitieve oplossing voor de financiële problemen bij het Curaçao Medical Center. Bovendien kon het College niet definitief vaststellen of Curaçao aan de rentelastnorm voldeed, omdat gegevens over de collectieve sector ontbraken.

Dat advies was bekend voordat Mini Mòni volgens de website van Financiën eind maart werd geüpload.

Ook de Raad van Advies had eerder kanttekeningen geplaatst bij de onderbouwing van de begroting. Volgens de Raad waren verwachte inkomsten op onderdelen afhankelijk van hoge belastingcompliance en van wetgeving en maatregelen die tijdig moesten worden ingevoerd. Vertraging of het uitblijven daarvan kon ertoe leiden dat inkomsten lager zouden uitvallen. De Raad waarschuwde daarnaast voor oplopende structurele uitgaven.

AOV en sociale fondsen

Vooral bij de sociale fondsen is het verschil tussen eenvoudige uitleg en de achterliggende financiële werkelijkheid groot. Tijdens de behandeling van de begroting erkende de regering dat het Schommelfonds zonder aanvullende maatregelen negatief zou worden.

De regering ging er toen van uit dat dit in 2029 zou gebeuren en noemde onder meer een toeristenbelasting, suikerbelasting, legalisering van ongedocumenteerde werknemers en invoering van een btw-stelsel als mogelijke maatregelen om de fondsen financieel gezond te houden.

Voor de verhoging van de AOV en/of DWI-toelage werden bovendien oplopende bedragen gereserveerd: vijftien miljoen gulden vanaf 2026, dertig miljoen in 2027, vijftig miljoen in 2028 en tachtig miljoen in 2029. Een deel van de extra inkomsten moest uit maatregelen komen die op dat moment nog moesten worden ingevoerd.

Ook rond het CMC gaat het om aanzienlijke bedragen. Voor 2026 was 58 miljoen gulden aan verschillende bijdragen en lasten opgenomen die met het ziekenhuis samenhangen. Vanaf 2027 loopt dat volgens de begrotingsstukken op tot 68 miljoen gulden per jaar. Tegelijkertijd moest CMC maatregelen nemen om structurele tekorten terug te dringen.

Verantwoording op papier

Mini Mòni legt daarnaast uit dat na ieder begrotingsjaar een jaarrekening en jaarverslag worden opgesteld, waarna de Algemene Rekenkamer en SOAB de besteding van publiek geld controleren en de Staten uiteindelijk decharge verlenen.

De gids vermeldt daarbij niet dat Curaçao met die financiële verantwoording jaren achterloopt. Het Cft wees er begin dit jaar op dat de laatst door de Staten vastgestelde jaarrekening die van 2018 is. Ook op de website van Financiën is 2018 de meest recente vastgestelde landsjaarrekening die wordt vermeld.

Mini Mòni biedt daarmee vooral uitleg over hoe het begrotingsstelsel hoort te werken. Voor een volledig beeld van de financiële positie van Curaçao blijven de officiële begrotingsstukken en de adviezen van de financiële toezichthouders nodig.


100 keer gelezen

Deel dit artikel: